De oorsprong van het kickboxen
Muay Thai heette oorspronkelijk Mai See Sawk. Later werd de vechtkunst ook Muay Pahuyuth en Siamees boksen genoemd; in Zuid-Thailand stond ze bekend als Chaiyaboksen, halverwege de Ratanakosinperiode als Muay Tai. Al deze vechtsporten samen noemen we Muay Kaad-cheurk, wat 'vechten met ingebonden vuisten' betekent, of Muay Boran, wat 'oud of antiek boksen' betekent. Veel van de oude technieken zijn verloren gegaan, hoewel Muay Pahuyuth in zijn oorspronkelijke vorm nog steeds bestaat. Vanaf het begin is de kennis over Muay Pahuyuth van leraar op leraar overgedragen.
Vroeger konden deze gevechten behoorlijk gevaarlijk zijn. Bij wedstrijden omwikkelden de vechters hun handen met henneptouw dat in hars of stijfsel werd gedrenkt. Doordat de hennep hard werd, veranderden de handen in dodelijke wapens. Volgens sommige geschiedkundige geschriften zou het henneptouw bij zeer felle wedstrijden zelfs met heel fijn gemalen glas of zand zijn bestrooid. Er werd dan gevochten tot een van de vechters begon te bloeden of dood neerviel!
Pas rond 1929, tijdens het bewind van koning Rama VII, werd het gebruik van bokshandschoenen geïntroduceerd, waardoor de sport veel minder riskant werd voor de deelnemers.
Thaiboksen werd door de eeuwen heen zo populair dat het 'Office of the Crown Proberty' op 1 maart 1941 de eerste steen legde Voor het Rajadamnern-stadion in Bangkok. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de bouw stil rnaar in augustus 1945 werd het project hervat. Er werd een commissie gevormd die toezicht ging houden op de vele regels van de vechtsporten en de organisatie van wedstrijden. Op 23 december, krap vier maanden nadat het stadion in gebruik was genomen, werd de moderne sport thaiboksen geboren.


