Lichamelijke voorbereiding
Thaiboksers moeten over een groot aantal eigenschappen beschikken. De belangrijkste zijn: kracht, uithoudingsvermogen, snelheid, souplesse en strategisch inzicht. Daarnaast zijn er vaardigheden die door oefening kunnen worden verkregen: een goede coördinatie, ritme, timing en balans. Al deze factoren dragen ertoe bij dat u met succes aan de sport kunt deelnemen. We zullen ze eens wat nader bekijken.
Kracht
Kracht wordt in de spieren en pezen ontwikkeld om de botstructuur te ondersteunen en te beschermen als u met pads of stootzakken oefent.
Uithoudingsvermogen
Thaiboksen is een uithoudingssport. Een goed uithoudingsvermogen is van essentieel belang, zowel voor de beginneling die driemaal twee minuten actief moet zijn, als voor de vechter aan de top die gedurende vijf ronden van drie minuten onafgebroken bezig is.
Snelheid
Zoals bij alle actieve sporten is snelheid een zeer belangrijke factor. Snelheid stelt de bokser in staat sneller te reageren in aanvals- of verdedigingssituaties.
Souplesse
Souplesse is essentieel, omdat het de bokser in staat stelt een techniek zo hoog mogelijk uit te voeren, zonder daarbij zijn spieren of pezen te blesseren.
Strategie
Thaiboksen vereist net als het schaakspel een vooropgezet plan. De bokser moet proberen zijn tegenstander te slim af te zijn, zodat hij zijn beste technieken met een maximaal effect kan toepassen.
Coördinatie
Coördinatie is uitermate belangrijk, vooral voor het uitvoeren van combinaties waarbij de bokser zijn hele lichaam gebruikt.
Ritme
Ritme is essentieel om de technieken vloeiend uit te kunnen voeren.
Timing
Een juiste timing zorgt voor kracht en zuiverheid bij het uitvoeren van technieken en maakt een maximaal effect met minimale inspanning mogelijk.
Balans
Een goede balans helpt bij het uitvoeren van technieken en bij de verdediging. Met een goede balans kunt u snel achter elkaar aanvallen en verdedigen; als u uit balans bent, kunt u zich niet verdedigen en blijft er niets anders over dan de tegenaanval.
Een paar van deze eigenschappen zijn in ieder mens aanwezig en de warming-up bestaat altijd uit oefeningen die bedoeld zijn om deze natuurlijke eigenschappen te vergroten. Een instructeur beoordeelt in hoeverre een leerling rekening houdt met zijn of haar sterke en zwakke punten en stemt de training daarop af. Op die manier zorgt hij ervoor dat de leerling een veelzijdige beoefenaar van de vecht kunst wordt.
Van een gemiddelde les van een tot anderhalf uur besteedt een leerling 20 tot 30 minuten aan de warming up die bestaat uit stretch- en krachtoefeningen. Daarna worden de eigenlijke technieken van het trappen, stoten, de knie- en elleboogtechnieken en combinaties hiervan geoefend. De drie belangrijkste onderdelen zijn:trainen met trapkussens, met een partner en met stootkussens. Het oefenen van de technieken duurt 45 tot 50 minuten, gevolgd door 10 tot 15 minuten lichte freesparoefeningen en een cooling-down.


